Beun: Wat de verfproducenten formuleren maken onze leden af
De wieken en masten van windturbines, het pantser van een militair voertuig, het rek in een vaatwasser: ze zijn allemaal gecoat door bedrijven die zijn verenigd in de Vereniging ION. Nu Nederland wil verduurzamen, herbewapenen en elektrificeren, is deze grotendeels onzichtbare sector harder nodig dan ooit. Toch staat de branche onder druk door toenemende regeldruk, krappe marges en personeelstekorten, stelt directeur Jan Willem Beun.
Natlakken, poedercoaten, thermisch verzinken en galvaniseren zijn voor de meeste consumenten abstracte termen, maar de resultaten zien ze elke dag. Denk aan verzinkte hoogspanningsmasten die decennialang bestand zijn tegen weer en wind. Of aan gegalvaniseerde connectoren en bedrading voor cruciale onderdelen van het hoogspanningsnet en aan gecoate windturbinewieken en -masten die corrosie en slijtage tegengaan. Ook het rek in de vaatwasser, een pantservoertuig en een radarinstallatie doorstaan de tand des tijds dankzij een beschermende laag die ION-leden aanbrengen.
"Wij zijn het verlengstuk van de verffabrikant en staan vaak het dichtst bij de eindproducent", zegt Jan Willem Beun, directeur van de Vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland (ION). "Wat verfproducenten formuleren, maken onze leden af. De sector draagt bij aan duurzaamheid door bescherming van metalen, waardoor levensduur van objecten, zoals bruggen, wordt verlengd.”
Vereniging ION zet zich in voor zaken als een stem in Brussel en Den Haag, regeldruk, Kaderrichtlijn Water en personeelstekorten.
Lees het volledige interview in Verf & Inkt Magazine #79