Wetgeving transport

Het transport van verfproducten is aan regels gebonden. Er zijn aparte regels voor het vervoer over land, over water en door de lucht. In Europa zijn de voorschriften voor het vervoer over de weg vastgelegd in het ADR (= Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route). In Nederland is het ADR onderdeel van het Reglement voor Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen (VLG), zoals is vastgelegd in de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (WVGS).

Wettelijke bepalingen

Bij het transport van verfproducten die als gevaarlijk geclasseerd zijn komen dus een hele reeks wettelijke bepalingen om de hoek kijken. Als groothandel/distributeur van verfproducten en aanverwante materialen heeft u zeer waarschijnlijk te maken met een aantal van deze bepalingen. Dit kunnen zijn:

1 Producten moeten op basis van de criteria en hun gevaarseigenschappen zijn ingedeeld in een gevarenklasse, inclusief de toekenning van een UN-nummer, een juiste benaming en een verpakkingsgroep
2  De transportgegevens van het assortiment moeten worden vastgelegd en beheerd
3 Bij de keuze van verpakkingen (omtappen, kleuren mengen) moet rekening worden gehouden met de transportklassering en fysische eigenschappen (aggregatietoestand, dampspanning, viscositeit, etc.).
4 Verpakkingen moeten zijn voorzien van de juiste transportlabels en merken, e.e.a. afgestemd op de transportklassering en de verpakkingsvorm.
5 Voertuigen en chauffeurs moeten voldoen aan de voorschriften (uitrusting, oranje borden, diploma).
6 Bij belading moet gelet worden op de stuwage en de samenladings-bepalingen.
7 Vervoerders en chauffeurs moeten vooraf op de hoogte worden gesteld van de stoffen die men moet vervoeren.
8 Documenten moeten worden opgesteld met de vereiste gevaarlijke stof-informatie en waar nodig aangevuld met overige documenten.
9 Afhankelijk van het type gevaarlijke stoffen en het volume moet er een beveiligingsplan zijn opgesteld voor de onderneming.
10 Alle betrokken medewerkers moeten zijn opgeleid om hun werkzaamheden met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen goed te kunnen uitvoeren.
11 Er moet in de regel een veiligheidsadviseur zijn aangesteld.
12 Er moet een managementsysteem zijn met betrekking tot melding en follow up van voorvallen met gevaarlijke stoffen.
13 De juiste toepassing van de diverse vrijstellingsregels.